De Gilden en de Huissense Umdracht

Een belangrijke rol binnen de Umdracht is weggelegd voor de Huissense gilden.

Jan Wannet, generaal van het Gangulphusgilde, heeft daarover een stuk geschreven dat ook 
op de website van de gilden terug is te vinden. 
De Huissense Umdracht. Wie kent hem niet, deze jaarlijks terugkerende processie door de straten van 
ons stadje Huissen. 
Welk meisje heeft niet als bruidje meegelopen in deze Umdracht, en wie was er niet trots op om, 
als misdienaar, kort bij het Allerheiligste te lopen met je rinkelende bellen? 
En wie heeft er na afloop niet genoten van de preek en uit volle borst meegezongen met het 
Tantum Ergo en het Aan U o Koning der Eeuwen?

Gelukkig het is nog geen nostalgie waar we over praten, want de Huissense Umdracht is nog springlevend. 
Een Umdracht die we koesteren, niet alleen om zijn traditionele en historische waarde maar ook vooral om zijn 
godsdienstige uitstraling, ondanks veranderende tijden. 
Ook in deze tijd willen wij ons geloof nog uitdragen en eenmaal per jaar geven we hier uitbundig uiting aan 
door onze Onze Lieve Heer vol trots mee te dragen in de processie door de straten van ons dan prachtig 
versierde stadje Huissen. 
In deze Umdracht hebben de Gilden een leidende en begeleidende rol te vervullen en zij wensen dit nog zeer 
lange tijd te doen als een sacramentsgilde.

Umdrachten kende Huissen in vroeger eeuwen, evenals tal van andere oude steden, verschillende per jaar. 
Niet alleen vinden we vermeldingen in het oudste Gildenboek van Sint Gangulphus, ook elders vinden we er 
vermeldingen van. Een schepenoorkonde, gedateerd Sint Marcusdag 1463, vermeldt o.a.: 
nest einer straten dar men unser Vrouwen Bildt van den Dijck pleeg te dragen”
 
(naast een straat waar men het Onze Lieve Vrouwen-beeld van de dijk af pleegt te dragen) 
Over deze “Maria -umdracht” vermelden de oude statuten van het Gilde o.a.:
“Item (evenzeer) wanneer zij geschoten hebben des Sonnendach savonts,des Maenendagh dair nar (daarna)
und des Maenendaghs als onser Liever Vrouwen beelt gedragen is ……..” en andere oude statuten vermelden: “
Item wanneer Onse Lieve Vrouwen Beelt tot Huissen draecht….”

Vrijwel al deze Umdrachten zijn verdwenen in de loop van de tijd maar de grootste en de luisterrijkste Umdracht 
bleef tot op de dag van vandaag: de Sacramentsumdracht. 
Nog in 1777, toen het Sint Gangulphusgilde zijn activiteiten na 24 jaar “ van Oorlog en Duuren Tijd” hervatte, 
waren er blijkens de statuten nog meer ommegangen: 
“ op andere Tijden, dan met Ons Heer om de Kerkhoff (rond de oude kerk) gegaan wordt”.

Sacramentsomdrachten bestaan al bijna zeven eeuwen. 
Zij kwamen in zwang na de invoering van het feest van Sacramentsdag. 
Deze dag werd voor het eerst gevierd in de Sint Martinuskerk te Luik in 1247.
Het feest was in het jaar daarvoor ingevoerd door Bisschop Robert de Torote van Luik, als gevolg van een visioen 
van de zalige Juliana van Mont Cornillon, ook wel Juliana van Luik genoemd, 
een Augustines in het Leprozengasthuis van Mont Cornlillon.
Paus Urbanus IV ( 1261 -1264), die als Jacques Pantaleon aartsdiaken van Luik was geweest, 
schreef in 1264 de viering van Sacramentsdag voor de gehele kerk voor.
Zijn besluit werd herhaald door het 15e algemene concilie van Vienne (1311-1312), hetzelfde concile, waarop het 
lot van de Orde der Tempelieren werd bezegeld. 
Sindsdien werd het Sacramentsfeest, dat op de eerste donderdag na de Pinksterweek werd vastgesteld, 
met een octaaf verrijkt. 
Spoedig na de instelling van het feest van Sacramentsdag, namelijk tegen het einde van de 13e eeuw, 
kwamen de sacramentsprocessies in gebruik.

Over de taak van het Sint Gangulphusgilde in de sacramentsopdracht werden bepalingen opgenomen in de (nieuwe) 
statuten van 1777 en wel in de artikelen 17 en 18. Artikel 17 bepaalde:
“Alle de officieren van den Meeste tot den Minsten sullen Jaarlijks op Heil: Sacraments: dag moeten offeren een
Flambous, en daarmeede volgens haaren Rang en ordere den Heemel volgen, sullende de Fandrichs en Adjudanten,
die alsdan in functie sijn, hunne Flambouwen worden gedragen door de oudste der schutten/: mits Borgers sijnde:/
en sullen alle officiers op andere Tijden, als met
 Ons Heer om de Kerkhoff gegaan wordt wederom hunne Flambouwen
Gepresenteert worden.

De taak, de begeleidingstaak, die de Gilden nu nog uitoefenen door de adjudanten werd geregeld in artikel 18:
Op alle Solemneele Feesten en Omgangen sullen de ses adjudanten met hunne gewoone staven gaan om de Processie
in goede order en Rang te stellen en te houden… ”

Hoe de adjudanten er uit moesten zien werd ook bepaald in dit artikel:
“…….en op sulke tijden, als de Broederschap in ‘t geweer is en optrekt zullen diezelven met schuijns hangende Scherpen
en Hellebaarden versiert zijn, de Broeders in orde houden en de beveelen der hooge Officiers uitvoeren”.

In 1862 werden voor het Sint Gangulphusgilde nog een aantal aanvullende bepalingen vastgesteld, 
o.a.ook een over de taak in de processies. Zo bepaalde art.3.: 
“De broeders moeten zorgen, dat de nodige assistentie niet alleen op H.Sacramentsdag en op Kerkwijding, maar ook
op andere tijden des Jaars plaats vindt, geschiede, teneinde de processie geregeld en met orde geschiede”.

In 1885 werden de Gangulphus statuten herzien, gewijzigd en aangevuld: 
Zo somt art.7 de zogenaamde optrekdagen op, die als vanouds verband houden met een godsdienstig feest:
“De verschillende optochten der leden der Broederschap zijn van oudsher bepaald op de volgende dagen:
1e op de eerste Zondag van Mei; 2e op H.Sacramentsdag, ten derde het octaaf van H.Sacramentsdag,
ten vierde op Kerkwijding ten 5e Sint Asdag.

Artikel 17 houdt zich dan met de Umdracht bezig en bepaalt, vrijwel letterlijk als art. 18 van 1777:
”Alle officieren van de meeste tot de minste zullen op H.Sacramentsdag jaarlijks eene flambouw offeren en
daarmede in de Processie tegenwoordig zijn.
Als de Broederschap-kas het toelaat zullen in plaats der Flambouwen Lantaarns aangekocht worden.

Art.18 heeft, evenals het gelijkgenummerde artikel van 1777, betrekking op de taak der adjudanten in de processies:
“Bij alle Solemneele processies of omgangen zullen de zes adjudanten met hunne staven de goede orde handhaven,
indien een der adjudanten verhinderd is moet hij een plaatsvervanger (een der leden leden) stellen.
Behalve de staven zullen de adjudanten noch een bijzonder onderscheidingsteeken dragen”.

Ook al is dan in de Gangulphus statuten nergens letterlijk sprake van “Sacramentsgilde”, het is uit de diverse statuten 
duidelijk, dat het zich steeds die taak mede ten doel heeft gesteld, wanneer men daaronder verstaat het leiden en 
begeleiden met name van de jaarlijkse openbare Sacramentsprocessie.

Tot en met 1921 werd de Huissene Umdracht altijd op Sacramentsdag gehouden, dat wil dus zeggen op donderdag. 
Huissen vierde die dag altijd als zondag. , maar in het Aartsbisdom gold deze dag niet als “Zondagse feestdag”. 
In december 1918 bepaalde de H.Stoel dat o.a. in het Aartsbisdom Sacramentsdag als zodanig moest worden gevierd.
Echter in 1922 gold deze bepaling niet meer en sindsdien werd ook de Umdracht niet meer op Sacrament(donder-) dag 
gehouden maar op de zondag daarna.
Ofschoon de statuten zich ten aanzien van de omschrijving van de taak van het Sint Gangulphusgilde in de Umdracht 
beperken tot de functie der adjudanten bestaan er – ongeschreven – tradities en regels omtrent de taak 
der Gilden in de Umdracht. 
Zo is er een bepaalde traditie omtrent de plaats van de Gildenbroeders in de Umdracht, 
omtrent het voorrecht der Koningen om direct en wel twee stappen voor anderen achter het baldakijn te gaan, 
en omtrent het afschieten van het Gildenkanon, ten teken, dat de zegen met het Allerheiligste aan een der 
rustaltaren wordt gegeven.

Bij den Hemel, die niet door Gildenbroeders wordt gedragen, is een eregeleide van vier vendelzwaaiers aanwezig en 
vlak achter de Hemel lopen altijd de twee met zilveren platen behangen Koningen “midden” in de processie. 
De burgemeester moet zich wel eens bij de Koningen hebben willen voegen, echter hij werd terug verwezen want 
hij behoort in de rijen der mannen te lopen, “is een van het volk” en maakt als zodanig met zijn wethouders geen 
deel uit van de processie.
Een oude bepaling luidt nog: 
“Het assisteren met de staven in de Processie geschiedt door de Adjudanten der broederschap van Sint Gangulphus,
in gevolge hun ouid recht”, maar op Sacramentsdag”als wanneer de Processie door de Stad trekt”, zullen indien pastoor en
Generaal-Adjudant van Sint Gangulphus ‘t noodig oordelen”, ook de adjudanten van Sint Laurentius met hunne staven
mogen assisteren (art.4), Sint Gangulphus behoudt alle rechten, in geval van oneenigheid”.

Het Umdracht comite, waarin vele Huissenaren in vertegenwoordigd zijn, zijn al vele maanden enthousiast bezig om 
de Umdracht van dit jaar voor te bereiden die op zondag 25 mei, vanaf 11.00 uur, weer door de straten van Huissen trekt. 
De Huissense Gilden, die ook als godsdienstige broederschappen, trots gaan op het handhaven van hun eeuwenoude tradities 
en gebruiken, zullen het als een ereplicht beschouwen om juist de eeuwenoude traditionele taak als Gilden ten uitvoer te 
blijven leggen.

Bron: Archief Gilden Sint Gangulphus.
Boekhouder / archivaris J. Wannet.( www.gildenhuissen.nl )

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *

De volgende HTML-tags en -attributen zijn toegestaan: <a href="" title=""> <abbr title=""> <acronym title=""> <b> <blockquote cite=""> <cite> <code> <del datetime=""> <em> <i> <q cite=""> <s> <strike> <strong>